Piets profiel

  


De Vlaming Piet Sabbe verzeilde voor het eerst in Ecuador in 1990 als technisch assistent om in het bekende dorpje Otovalo een door Indianen gerunde buscoöperatieve te ondersteunen.

Verbaasd en gefascineerd door de schoonheid en diversiteit van de ogenschijnlijk eindeloze smaragdgroene heuvels, begon hij de bergen van de westelijke Andes te beklimmen.

Daar vond hij een prachtig rijk ecosysteem met een overvloed aan exotische fauna en flora. Elke boom was een habitat van orchideeÎn, bromeliaís, korstmossen, lianen, kikkerfamilies, mieren en zelfs tarantulaís. Brulapen kresen wild terwijl ze zich langs de taken voortbewogen om hun territorium te verdedigen. Dit was het waargeworden paradijs uit de boeken die hij in zijn jeugd gelezen had. In vervoering van de klanken, geuren en biodiversiteit van dit levendige, groene gebied, besloot hij deze schat te beschermen. Hij kreeg de mogelijkheid om een stuk ongeschonden nevelwoud aan de voet van een vulkanische top te kopen (Cerro Golondrinas Cloudforest).

Piet Sabbe


Maar deze droom om zich in het bos een thuis te creëren werd vlug doorprikt en maakte plaats voor de bittere realiteit. Bij de boeren vond Piet een absoluut gebrek aan respect voor het woud en zelfs voor zijn eigen land. In de daaropvolgende maanden werd hij geconfronteerd met een schrijnend gebrek aan respect voor het land en voor de wet. Houthakkers en stropers betraden zijn gebied illegaal, hakten bomen en jaagden op wild. Naburige boeren zetten grote stukken bos op regelmatige basis in brand om er vee te laten grazen. Geschokt door deze destructieve mentaliteit, bracht Piet het Ministerie bevoegd voor Milieu op de hoogte.

Al vlug werd duidelijk dat uit die hoek niet veel te verwachten viel: de magistraten bevoegd met het instellen en controleren van de wetten rond bosberheer toonden niet de minste interesse in concrete actie. Het was duidelijk dat grootschalige corruptie op alle niveaus bestond en dat ministeriële magistraten eerder de activiteiten van de houthak- en veebedrijven steunden. Zelfs buitenlandse instellingen zoals de Europese Unie en de Belgische Technische Coöperatieve moedigden onbewust de vernieling aan door steunverlening aan programma’s voor veetelers.

Al snel was het Piet duidelijk dat dit de algemene situatie in heel Ecuador was en dat andere organisaties en individuele milieubeschermers met dezelfde absurde en kwaadaardige apathie geconfronteerd werden. Tijdens het volgende jaar moest Piet tot de conclusie komen dat klagen bij deze bureaucraten volledig nutteloos zou zijn. Plaatselijke boeren proberen overtuigen leek nog hopelozer, aangezien zij geen enkele intentie hadden om de slash-and-burn-technieken op te geven die meer dan vijfhonderd jaar terug door de Spaanse veroveraars geïntroduceerd werden, tenzij wanneer deze opgave hen financieel profijt zou brengen. Toen hij besefte dat al zijn inspanningen vergeefs waren geweest, besloot Piet in 1997 helemaal opnieuw te beginnen op 15 hectare verwaarloosd land in het dal van de rivier de Guallupe, in het dorpje El Limonal, gelegen op de westelijke flanken van de Andes in de vallei van de rivier de Mira. Drijvend op de inspiratie van vele wereldwijde voorbeelden en door auteurs als Bill Mollison (Permaculture), P. Nair (Agroforestry), Charles B. Kenny-Jordan (Community Forestry) en Ranil Senanayake (Analog Forestry), probeerde hij een voorbeeld te stellen van hoe het mogelijk is om een gedegradeerd stuk land te veranderen in een levend vruchtbaar woud.

Dankzij een waaier aan tropische vruchtbomen zoals Mango, Guanabana en Araza, en andere bomen zoals bamboe, bananen, klimplanten en geneeskrachtige planten, slaagde hij erin een veel meer gediversifieerde en economisch leefbaardere boerderij op te richten dan een die zich houdt aan de conventionele westelijke monocultuur. Het resultaat is dat veel meer voedsel en materiaal geproduceerd kan worden dan op een vergelijkbare oppervlakte in monocultuur ñ wat algemeen tot meer opbrengst leidt

Bamboos The Bospas Fruit Forest Farm


Zelfs met de verwezenlijking van zijn ‘groene eiland’ kwam Piet al snel tot de ontdekking dat, hoe succesvol zijn model ook was, niemand op een eiland kan blijven leven. De enige manier om zijn model leefbaar te houden was om zijn horizon te verruimen en andere boeren in de vallei te betrekken in een gedeeld programma voor waterbeheer. In 2000 werd Piet lid van de plaatselijke boerenvereniging ‘El Progreso’, met de bedoeling tot samenwerking te komen en hen warm te maken voor de techniek van ‘forest farming’.

Na vele jaren van aanplanting op zijn domein, nodigt Piet tegenwoordig gropen uit om de Bospas Forest Fruit Farm te komen bezoeken. Mensen krijgen de kans een kijkje te nemen naar de vele mogelijkheden die een food forest farm een individuele boer kan bieden, om zijn opbrengst en zo zijn levenskwaliteit te verhogen. Sinds 2004 heeft Piet ook ecotoerisme en home stay bij plaatselijke boeren geïntroduceerd als een manier om extra inkomsten te genereren om de boeren de tijd en de middelen te verschaffen om hun domeinen geleidelijk om te bouwen tot food forest farms.

Dankzij Piets enthousiasme is de boerenorganisatie nu zover, dat zij verschillende voorstellen aan sponsors kan aanbieden. Eén programma, ‘Forest Farming’ (Fincas Forestales), zal de nadruk leggen op de ombouw van traditionele boerderijen tot fruit- en bosboerderijen. Een ander belangrijk initiatief ‘Stop the fires’ (Basta con los Incendios) is een maatregel om de ongecontroleerde branden in het droge seizoen te stoppen en om de watervoorziening en de plantengroei in het dal van de Guallupe te overzien. Een derde programma, ‘Tourist trails’ (Senderos turisticos) werd opgestart op Piets boerderij en wordt nu uitgebreid naar verschillende wandelpaden in de vallei. Bezoekers van Bospas Farm hebben de mogelijkheid om te genieten van de diensten van de plaatselijke boeren, die hen op paden door hun domeinen kunnen gidsen.